Mijn persoonlijke verhaal

De nacht van 13 op 14 januari 1999  was donker, koud en regenachtig.  Rond middernacht stapte ik uit bus 4 op weg naar huis. Tijdens het oversteken werd ik geschept door een auto - die bleek achteraf - veel te hard reed. Ik had ‘m niet gezien. BOEM!
 

Ik lag op straat. Warm bloed gutste over mijn gezicht. Met mijn handen raakte ik voorzichtig mijn gezicht aan en voelde dat dat grotendeels openlag. Ik probeerde op te staan. In de veronderstelling dat dit niet echt waar kon zijn. Maar opstaan lukte niet. Mijn been lag in een rare houding naast mijn lijf. Ik proefde bloed in mijn mond en voelde dat ik een voortand was verloren.


Een passerende auto stopte. Ik zag mensen geschrokken en bezorgd aan komen rennen. De auto die mij had aangereden, was in eerste instantie doorgereden, maar uiteindelijk toch omgekeerd. Mijn gedachtes waren vlijmscherp. Het telefoonnummer van mijn vriendje dat ik nooit kon onthouden, kon ik zo op ratelen. Ik moest en zou hem spreken. Maakte daarna nog een flauw grapje over een gevallen vrouw en raakte toen in een shock.

 

Inzicht
Het voelde alsof ik in een doorzichtige lichtbel werd opgenomen. Ik voelde en zag een enorm warm, liefdevol licht om mij heen. Ook in mijzelf voelde ik dat licht. Een gevoel dat ik van heel ver weg herkende van vroeger. Het voelde vertrouwd, warm en veilig. In deze lichtbel kreeg ik het inzicht dat mensen van nature goed zijn. En wij allen dat hele mooie, onvoorwaardelijke licht in ons dragen. Maar dat we in de loop van ons leven daar het zicht op hebben verloren. Er sluiers voor hebben gelegd om ons zelf te beschermen tegen gevoelens van pijn, verdriet, angst. Maar dat als wij de weg terug door de pijn, het verdriet en de angst zouden volgen we weer bij ons eigen licht  uitkomen. Bij de kern van wie wij werkelijk zijn. Ik voelde intense opluchting. Ik wist dat ik dit altijd had geweten, maar was dit ‘weten’ kwijtgeraakt.

 

In het ziekenhuis kwam ik langzaam terug in het hier en nu. Het licht verdween om mij heen. Ik wilde het vasthouden, niet loslaten, maar dat ging niet. Ik raakte in paniek. Het contrast met de realiteit en dat wat ik net gevoeld had was nauwelijks te overbruggen.

Ik voelde heel sterk, wilde ik dit licht ooit weer van zo dichtbij voelen, ik een lange weg te gaan had. Dit werd mijn levenstaak: dwars door de angst op zoek naar mijn eigen licht .

Het was een lange soms ook eenzame weg. Veel onverwerkt verdriet kwam ik tegen over grote en kleine dingen. Ik kon dit niet alleen en zocht hulp bij een particulier therapeut. Ik wilde geen medicijnen omdat ik bang was dat dat mijn gevoel zou verdoven. Ik moest juist opruimen en voelen. De pijn aangaan. Het een plek geven. Er niet meer bang voor zijn, maar liefdevol omarmen. 


Ik leerde me steeds beter afsluiten voor de energie van anderen. Het leek alsof ik na mijn ongeluk nog meer bij mensen naar binnen kon kijken. Ik zag zoveel pijn, angst, wanhoop en verdriet. Ik wilde graag helpen, maar wist niet hoe. Ik voelde mij machteloos.  

 

Wakker geschud
Ik zocht rust in de natuur. Sprak zachtjes tegen de lucht, de wind, de vogels, vlinders, bloemen en bomen om mij heen. Het leek net alsof we een onzichtbare taal spraken die ons  met elkaar verbond. De taal van de onvoorwaardelijke liefde.  Ik voelde mij door de loop van de jaren heen steeds dankbaarder dat ik onderdeel van deze wonderlijke wereld mocht zijn. Ik koos steeds bewuster voor het Leven en niet meer voor Overleven.


Soms vloog er een aantal witte vlindertjes met me mee als ik verdrietig was. Zag ik uit het niets een regenboog boven de zee verschijnen of een roodborstje op de vensterbank door het raam naar binnen kijken. Dat gaf hoop, voelde als troost.

Ik begreep steeds beter dat ik was wakker geschud. Ik was in mijn leven op een zijpad beland en moest weer terug naar de hoofdweg. Ik was een weg ingeslagen dat niet de mijne was. Liet me te veel leiden door innerlijke angsten, overtuigingen, belemmeringen. Was bang voor wat andere mensen van mij vonden. Vreesde niet te voldoen aan de verwachtingen. Was een leven aan het leiden dat niet van mij was.

 

Redden

Vóór mijn ongeluk was ik vooral bezig geweest met mensen willen redden. ‘Kom maar bij mij dan komt het wel goed.’ Daar was ik volledig op leeggelopen. Ik voelde mij al van jongs af aan voor alles en iedereen verantwoordelijk. Een last die ik eigenlijk niet kon dragen.

 

Ik begreep nu dat ik mensen niet kon redden. Dat kunnen alleen zij zelf. Ik kan naast ze staan, ze ondersteunen een stukje met ze meelopen op basis van gelijkwaardigheid, liefde en respect. 

 

Deze ervaring heeft mij het inzicht gegeven dat wij zelf verantwoordelijk zijn voor ons doen en laten en de keuzes die we daarin maken. Diep in ons een schuilt een prachtig licht. De kern van wie wij werkelijk zijn. Als we de moed en kracht vinden om de weg terug door onze angst te volgen we weer bij ons werkelijke zelf komen. Onvoorwaardelijke liefde en ‘echte’ vrijheid! Dat is het allergrootste en mooiste cadeau wat we onszelf en de wereld om ons heen kunnen en mogen geven.

©2017 DOEN coaching   door Johanneke Stolk